waarom ik wildpluk met kinderen én hun ouders erbij

Twee weken geleden heb ik voor de eerste keer een wildplukworkshop gegeven aan kinderen en hun ouders.

Met de ouders er bij inderdaad.

Een stukje omdat ik het altijd heel spannend vind om met een groep kinderen op stap te gaan. En omdat ik maar 2 handen heb en één hoofd dat van zichzelf al genoeg chaos genereert. (Ik heb een mateloze bewondering voor leerkrachten)

Maar ook om iets wat me opviel toen ik het concept van deze workshop aan het uitwerken was: we zitten in een omgekeerde wereld.

Lang geleden, leerden de ouders hun kinderen wat eetbaar is en wat niet, welke plantendelen medicinaal toepasbaar waren voor bepaalde kwalen. Ouders leerden hun kinderen wilde planten kennen, omdat dit de basis voor hun overleven was.

Die noodzaak is vandaag de dag niet (meer) aanwezig. Het ontbreekt ons aan deze kennis en dit proces is heel snel gegaan. Op een tweetal generaties is bakken aan kennis verloren gegaan. De ouderen gaven de kennis niet meer door, en dus hebben de kinderen van toen de kennis niet meer om door te geven aan hun eigen kinderen.

We zijn inderdaad niet meer afhankelijk van de wilde planten voor ons voedsel en ons medicijn. Maar we weten ondertussen wel al dat die planten ons veel deugd doen. Dat ze ons doen inzien dat we ons veelal bezig houden met triviale zaken die die ons alleen maar meer ballast bezorgen.

Dat die verwondering ons verlicht.

Dus dacht ik, ik doe het omgekeerd en leer kinderen enkele planten kennen, terwijl hun ouders meeluisteren en hen helpen met de bereidingen. Kinderen hebben die verwondering nog niet verleerd zoals vele grote mensen wel gedaan hebben in hun (ont)groeiproces.

Op die manier kan het gesprek weer ontstaan.
Kan de kennis en gevoel voor planten weer ruimte krijgen vanuit kinderlijke verwondering.

Niet van ouder op kind, maar van kind op ouder.

Volgende
Volgende

VERWONDERING ALS DAAD VAN ACTIVISME (deel 2)